Over ons
Wij zijn Robin (39) en Ingrid (36). Wij ontmoetten elkaar in 2015 en zijn ouders van twee kinderen. Ons leven zag er lange tijd heel normaal uit: werk, studeren, vrienden, sporten, plannen maken, doorgaan. We deden wat er gevraagd werd, en toch voelde het altijd onnatuurlijk. Alsof we iets volhielden wat niet echt van ons was.
We begrepen nooit goed waarom het zo zwaar voelde, waarom alles zoveel energie kostte en waarom we niet gewoon konden zeggen wat we voelden. Er was altijd een ondertoon van spanning. Alsof we voortdurend net langs onszelf heen leefden. We dachten dat dit was hoe leven hoorde te voelen, en dat het aan ons lag dat het niet lukte om er lichtheid in te vinden.
Toen we elkaar ontmoetten, viel die vanzelfsprekendheid weg, omdat alles wat we altijd hadden weggedrukt zichtbaar begon te worden. Mensen vielen weg, structuren brokkelden af, gevoelens die nooit ruimte hadden gehad kwamen omhoog: woede, verdriet, afkeer, verlangen. We konden niet langer doen alsof, simpelweg omdat ons lichaam dat niet meer toeliet.
Met de komst van onze kinderen werd dat onontkoombaar. Hun aanwezigheid liet niets met rust. Hun gevoeligheid, hun reacties en hun behoefte aan nabijheid maakten pijnlijk duidelijk hoe een mens eigenlijk werkt, en hoe ver wij daar zelf vanaf waren geraakt. Alles wat wij ooit hadden moeten dragen zonder steun, alles wat was ingehouden om te blijven functioneren, kwam terug. Dag na dag.
We stopten met werken, verkochten onze woning en vertrokken als jong gezin naar Zuid-Spanje. Geen plan, geen afleiding en altijd samen in een vreemd land. Geen werk, geen structuur, geen uitwegen. Alleen het leven zoals het zich aandiende. In die nabijheid kwam alles los wat ooit was vastgezet: angst, schuld, projectie, schaamte, boosheid. Rauwe bewegingen, soms uitzichtloos, vaak eenzaam, maar steeds werd duidelijker dat dit goed was voor ons. Dit is hoe een lichaam reageert wanneer het eindelijk niet meer hoeft vol te houden.
Hoe dieper we kwamen, hoe krachtiger en sneller de beweging werd. Overtuigingen vielen weg, verhalen stortten in. Alles wat houvast had geboden, liet los. Het bracht ons langs spiritualiteit, langs betekenis, langs vormen die hielpen om te kunnen voelen wat te groot was om direct te dragen. Elke vorm die ontstond, mocht ook weer verdwijnen. Het lichaam creƫert precies die structuren waarbinnen pijn gevoeld kan worden, en hoe dichter we bij het voelen bleven, hoe sneller de beweging zich afrondde en hoe beter wij het menselijke lichaam begonnen te snappen. Laag voor laag zagen we steeds hetzelfde patroon. Wat vastzat, ging bewegen, eerst heftig en ontregelend. Dan zakte het, omdat het eindelijk gevoeld mocht worden.
We keerden terug naar Nederland en merkten dat elke plek waar we waren geweest ons precies had gegeven wat nodig was. De pijn verdween echter niet, ze bewoog met ons mee, ongeacht de omgeving. Daardoor werd helder dat het nooit alleen aan de plek had gelegen, maar aan wat in ons gezien en gevoeld wilde worden.
We zagen scherper dan ooit hoe mensen zichzelf overeind houden, hoeveel energie dat kost en hoe weinig ruimte er is om echt te voelen. Wat wij bij onszelf tegenkwamen, bleek overal zichtbaar, als gevolg van alle lichamen die zich hebben aangepast om te overleven.
Het bracht ook rouw, het verdriet van onderdrukking. Het besef van verloren tijd, gemist leven, ingeslikte beweging. Dat verdriet kon alleen worden gevoeld door er niet meer van weg te gaan. Door het toe te laten in alle intensiteit. In die leegte van zelf dragen, ontstond afstemming, en in die afstemming vonden wij iets wat nergens anders te vinden is: een diep gevoel van thuiskomen in jezelf en bij elkaar, zo volledig dat het leven niet langer iets is wat je moet volhouden, maar iets wat volledig gedragen kan worden.
Gaandeweg ontstond er ruimte om dit niet alleen te leven, maar ook te verwoorden. Omdat wat wij tegenkwamen geen persoonlijk verhaal bleek, maar iets wat ieder mens raakt. Afstemming, rust en verbondenheid, ontstaan wanneer een lichaam alles mag toelaten wat er al is.
Samen voelen ontstond vanuit het besef dat ieder mens recht heeft op zijn eigen binnenwereld. Wanneer die ruimte er is, vormt zich vanzelf datgene waar de mens altijd naar heeft verlangd.
